In nachtgewaad het ijs op
Jan verzorgde met veel passie het groen, maar zijn hart lag minstens zo sterk bij de dieren in het Park. Hij ontfermde zich dag in dag uit over de eenden, zwanen en andere watervogels, niet alleen hier, maar op verschillende plekken in de stad.
Zijn toewijding kende geen grenzen. Tijdens de legendarische, ijskoude winter van 1929 ging Jan 's nachts meermaals zijn bed uit, bezorgd dat de vogels het vriesweer niet zouden overleven. In zijn nachtgewaad trotseerde hij de snijdende kou om de vijvers open te houden en te voorkomen dat de pootjes van de vogels in het ijs vastvroren.
Deze hartverwarmende zorg leverde hem de eretitel ‘Pluimgraaf’ op. Jan werd een bekend en geliefd gezicht in de stad. Vooral bij de Rotterdamse schoolkinderen, die geregeld met hun onderwijzeres naar het Park kwamen om onder het toeziend oog van de Pluimgraaf de eenden te voeren. Met name in de drukke broeitijd zette hij zich onvermoeibaar in. Bij zijn 35-jarig jubileum als gemeentetuinman vierde hij tevens zijn zevende lustrum als Pluimgraaf, een periode waarin zijn liefhebberij was uitgegroeid tot een ongekende expertise over het wel en wee van de Rotterdamse waterbewoners.