Parkherstellingsoord nieuwsartikel 1925

De geschiedenis van het Parkpaviljoen

‘Je ken de tering krijgen’ luidt een gemakkelijk uitgesproken verwensing. Tering wordt ook gebruikt als voorvoegsel voor iets dat negatief ervaren wordt, denk aan teringweer of teringherrie. Vroeger sprak men over tering als men het over tuberculose of TBC had. Dit is een infectieziekte, meestal bij de longen, veroorzaakt door een bacterie. In de negentiende eeuw was het dé ziekte waaraan de meeste mensen overleden. Voordat er effectieve medicijnen waren bestond behandeling vooral uit bedrust, zonlicht, frisse lucht en gezonde voeding. Sanatoria, lighallen en TBC-huisjes boden locatie voor behandeling.

Het Parkpaviljoen is zo’n lighal, kende qua behandeling dezelfde onderdelen, maar was niét gericht op TBC-patiënten. Het was het goedkope alternatief voor ziekenhuisopname. Hier konden patiënten herstellen na ziekenhuisontslag of uit voorzorg bij ‘vermoeiden van lichaam en geest’, voordat ziekenhuisopname nodig zou zijn. Parkherstellingsoorden was de benaming voor dit fenomeen. Het was een dagverblijf, patiënten kwamen ’s morgens en gingen ’s avonds terug naar huis. Het waren met name vrouwen want, waren man of kinderen ziek, dan zorgde de vrouw des huizes voor hen. Maar was de vrouw ziek, dan was er thuis niemand om voor haar te zorgen. In het Rotterdamse parkherstellingsoord werden in het eerste jaar 98 patiënten verpleegd, 86 vrouwen en 12 mannen.

De stichting Parkherstellingsoorden te Rotterdam (er waren er meer verspreid over Nederland) werd in 1925 opgericht en een eerste lighal verrees in de tuin van Groenendal, in gebruik van de Montefiore-vereeniging, ten noorden van de Westzeedijk, tegenover het toegangshek van het Park. Door ontwikkeling van het Land van Hoboken moest de lighal al snel wijken. Toen was al even sprake van het Park als nieuwe locatie. Het werd echter het Heuvelveld, ter hoogte van de huidige Maastunnel, ten zuiden van de daar al gebouwde Noorse Kerk. Opening volgde in 1928. Al snel was er een nieuwe bedreiging, dit keer plannen voor een tweede vaste oeververbinding, de Maastunnel. Als volgende locatie werd het Park deze keer wel toegestaan. De nieuwe derde lighal werd in 1937 in gebruik genomen en tot rond 1955 bleef deze als herstellingsoord in functie. 

Ook deze derde lighal was ontworpen door de Rotterdamse architect C.J. Hemmes. Nu werd het een grotendeels stenen gebouw met plaats voor 33 patiënten. Naast de lighal met bedden was er het deel met de kamer voor de zuster, de keuken, de vestiaire en een kamertje met een douche, terwijl achter het patiëntendeel bergruimte was.

Na 1955 deed het gebouw dienst als bureau voor manifestaties als E55 (1955) en de Floriade (1960), vervolgens fungeerde het als werkplaats van de gemeente. Vandaag de dag zijn in- en exterieur in grote lijnen nog als ten tijde van het herstellingsoord. Open de huidige rolluiken en zon en frisse lucht ‘stromen’ de voormalige lighal weer binnen.

Jan Holwerda - Jan Holwerda doet onderzoek naar de historische lagen van het rijksmonument het Park en is altijd opzoek naar verhalen, foto’s en archiefstukken.